Meer lezen?

Prothetische kennis

prothetisch

Prothetische kennis is kennis die we niet 'zelf' bezitten, maar die we vrijelijk kunnen aanspreken via technologie. Als ik je bijvoorbeeld zou vragen of je de tijd weet, zou je in de meeste gevallen zonder nadenken ja zeggen - al heb je die kennis niet in je lichaam, er zijn waarschijnlijk voldoende uurwerken in de buurt.

Internet heeft het reservoir van prothetische kennis drastisch uitgebreid, en dit verandert ons gedrag. Kennis die daarvoor niet of met grotere inspanning beschikbaar was, compenseerden we vroeger met allerlei mnemonische shortcuts. Naarmate externe kennis meer en meer frictieloos beschikbaar is, laten we de shortcuts vallen en grijpen we naar de effectieve kennis.

En zoals al vaker gezegd: marketing gaat vooral over gedrag van mensen observeren en daarop inspelen. Dus is het belangrijk om deze gedragsverandering goed te snappen.

Want een deel van de betekenis van merken en marketing is zo'n mnemonische shortcut. Als we voor een bepaalde aankoop staan, en moeten kiezen voor welk product, merk, leverancier... we moeten kiezen, dan hebben we behoefte aan kennis. Kennis over de producteigenschappen, de kwaliteit, de service van de leverancier, de ervaringen van andere kopers... Dit soort kennis was vroeger niet binnen handbereik; dus we gebruikten een merk als shortcut om die keuzes te maken. Internet verandert dit.

Als ik in 1995 een nieuwe wasmachine wou kopen en daar informatie over wou inwinnen, moest ik naar een bibliotheek gaan en daar alle edities van Testaankoop die over wasmachines gingen doornemen. Uiteraard deed ik dat niet; ik gebruikte mijn aangeleerde kennis van wasmachine-merken als proxy van deze echte kennis om mijn keuze op te baseren.
Nu is die kennis iets handzamer: ik Google op wasmachines, of vraag op Facebook aan mijn kennissenkring wat hun ervaringen zijn.

Dit betekent dat ons beslissingsproces bij aankopen verandert, en dat merken daar een andere rol in spelen.

Die beschikbaarheid van prothetische kennis gaat tegelijkertijd met sprongen als gradueel. In 1995 moest ik naar een bibliotheek gaan; in 2005 moest ik naar een aparte kamer in mijn huis gaan en aan een computer met een draad gaan zitten; in 2015 kan ik die kennis overal waar ik ben opvragen op mijn smartphone.

Dit proces is nog helemaal niet frictieloos. Ik moet nog steeds een stuk glas bovenhalen, de juiste zoekopdracht met mijn dikke vingers intikken, en een oordeel vellen over die eerste 10 resultaten die ik te zien krijg. Er zit dus nog wel wat frictie op dit proces; die kennis binnenhalen vraagt wat meer inspanningen dan een draai met de pols om het uur te weten.
Dit betekent dat we die 'moeite' (die al spectaculair minder is dan vroeger) pas doen voor de aankoop van diensten en producten die een grotere impact op ons leven hebben. Ik heb nog weinig mensen voor het rek van de yoghurt in de supermarkt zien googelen - tenzij je allergisch bent voor bepaalde yoghurts, dan heeft dit wel wat impact. Dus gaan we dit nieuwe beslissingsproces vaker toepassen op high involvement items, zoals bij de aankoop van een huis, verandering van bank, aankoop van auto... Voor de low involvement items blijven we nog vaak de oude mnemonische shortcut van het merk gebruiken.

Als je echter kijkt naar de evolutie van digitale technologie, zie je dat we nog niet aan het einde zitten. Er komen volgende golven van tech op ons af, en elk daarvan zal ook een verder deel van de frictie bij ophalen van kennis wegnemen. De hoeveelheid prothetische kennis zal alleen maar toenemen en makkeljker ontsloten worden op het moment dat we dit nodig hebben.

Kijk naar hoe we aan het experimenteren zijn met chatbots: vervangen van de 'exacte computertaal' van een zoekopdracht door een meer natuurlijke mensentaal. Vervangen van het intikken van woorden door het gebruik van voice technologie. 
Dit zijn nog maar eerste experimenten die onvolmaakt zijn. Maar de trendvectoren wijzen alleszins in een bepaalde richting.

Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat de volgende grote golf door Augmented Reality zal veroorzaakt worden. (Niet te verwarren met virtual reality.) Ook hier nog niet meer dan onvolmaakte experimenten, maar een duidelijke stap vooruit.

Het is wachten op een stuk hardware, bril of lenzen, die een digitale laag kan toevoegen aan ons zicht. Er zijn een aantal spelers hier mee bezig; ik geloof dat het opnieuw Apple zal zijn die de juiste combinatie van hardware en user interface zal ontsluiten voor een groter publiek. We hebben de eerste experimenten zoals Google Glass weggelachen omdat ze nog niet klaar waren voor een groter publiek. Volgens mij zullen we later terugkijken op Google Glass, niet als een mislukte poging op een doodlopend pad, maar wel zoals we vandaag terugkijken naar de 'portable' telefoons-streep-bakstenen uit de jaren tachtig.

De volgende generatie hardware zal ons toelaten om ons zicht op de 'echte' wereld te verrijken met contextuele informatie. Een beetje zoals in de film Anon:

anon

Technisch is dit momenteel al mogelijk. De consumentenverspreiding hiervan zal de komende twee tot vijf jaar gebeuren.

Dit zal de frictie bij het ophalen van informatie nog meer verminderen; de beschikbaarheid van contextuele prothetische kennis zal toenemen. Opnieuw zal dit ons gedrag en onze beslissingsprocessen beïnvloeden.

Kunnen we ons hierop vandaag al voorbereiden? Volgens mij wel.

In eerste instantie door te begrijpen dat interfaces zullen veranderen. Net zoals onze bedrijfsinformatie een andere vorm gekregen heeft van papier naar websites naar smartphones, en we andere capaciteiten in het vormgeven dienden toe te voegen. Augmented reality zal ons dwingen om niet enkel meer in twee dimensies gegevens weer te geven. De meeste informatie wordt momenteel vormgegeven voor platte vlakken: papier, platte schermen. Zoals je kan zien in bovenstaand filmpje, bekijken we de wereld echter in diepte, in lagen. We zullen die diepte in onze informatie mee moeten vormgeven. (Dit betekent niet noodzakelijk 3D-rendering - de afzonderlijke informatie kan nog steeds 'plat' zijn.)

Maar vooral kunnen we ons voorbereiden door goed het gedrag van klanten in de gaten te houden. (Je kan daar allerlei hippe termen op kleven als customer centricity of customer journeys.) Het verleden leert ons dat een uitbreiding van prothetische kennis het beslissingsproces van klanten beiïnvloedt. De rol van merken en marketing zal daardoor uiteraard ook mee veranderen.

Dicht bij je klanten staan wordt in technologische evolutie crucialer dan ooit.

Industriële revolutie: van invention phase naar installation phase

trendrapport 2018

(Dit is mijn bijdrage aan het Wijs Trendrapport 2018. Lees het volledig hier.)

De kanteling is duidelijk.

Dat de buitenkant gedigitaliseerd zal worden staat buiten kijf. Maar dit is het kantelpunt - het tweede deel van de S-curve. We evolueren van de invention phase naar de installation phase van deze industriële revolutie. De technologie is er, en nu worden de bedrijven met hun processen en structuren daarop aangepast. Deze tweede fase heeft andere kenmerken. Geen start-ups die disruptief en snel het landschap veranderen, maar grote incumbents die het roer weer oververnemen. Geen versplintering in vele kleine spelers, maar consolidatie en zelfs monopolies.

We zien dit al gebeuren in de eerste sectoren, het voorland van media en communicatie. Netflix is langzaam maar zeker al onze media-entertainment tijd aan het opeten, en de rest van de sector moet consolideren om tegengewicht te bieden, zoals Disney onlangs 20th Century Fox kocht in een megadeal. Digital advertising is de facto een duopolie geworden waarbij de koek verdeeld wordt tussen de behemoths Google en Facebook. De lokale Belgische spelers moeten een duidelijk front vormen om niet weggeblazen te worden, de fusie van De Persgroep en Medialaan is daar een goed voorbeeld van. Muziek verandert naar een streaming model, waar duidelijk wordt dat we evolueren naar een winner-takes-all.

Hetzelfde zal gebeuren in alle volgende sectoren, volgens het schema bundle-unbundle-rebundle. Neem muziek als voorbeeld: oorspronkelijk gebundeld in de vorm van platen/CD’s. Door iTunes ontbundeld in afzonderlijke nummers, om daarna door Spotify herbundeld te worden op een digitale manier. De  financiële sector wacht hetzelfde lot. Terwijl ze vechten tegen de ontbundeling van hun businessmodel door kleinere  tech-spelers, staat de grote herbundeling door een tech-speler om de hoek te wachten. Misschien zal dat WeChat of Alipay zijn, of toch weer Facebook dat bankier wordt.

Automatisatie en robotisering razen verder. Alles wat gerobotiseerd kan worden, wordt
dat ook.

De huidige digitale technologie heeft dus het gedrag van mensen veranderd, en de bedrijfswereld is zich daarnaar aan het aanpassen. We kantelen naar het tweede deel van de S-curve, de installation phase, maar ondertussen worden de die op extreem korte tijd duizenden kleine tests doet om tot de optimale vorm te komen voor het creatieve inzicht dat vanuit een mens gekomen is. Communicatie vanuit bedrijven zal zich verplaatsen van artisanaal naar geautomatiseerd, en dan vooral van reactief naar predictief. In plaats van te wachten tot iemand van je klanten een vraag stelt (een Google search doet/in de winkel binnenkomt/een offerte aanvraagt), zullen we er alles aan doen om onze klant zodanig goed te kennen dat we op voorhand het antwoord kunnen geven. Gebaseerd op analyse van grote hoeveelheden data, gelijkaardige andere klanten en ondersteund door smartbots om microtesten uit te voeren, zal de marketeer van morgen vooral een specialist in menselijk gedrag worden.

Die omkeer naar geautomatiseerd en predictief zal nodig zijn, want we zijn als particulieren massaal ons eigen communicatiegedrag aan het veranderen. De vorige shift ging van passief consumeren van broadcast-kanalen naar publieke peer-to-peer kanalen waarvan mediaspelers een deel uitmaken (lees: van televisie naar Facebook), en die is nog steeds verder aan het gaan. Maar de volgende shift is er aan het komen: van publieke kanalen naar private kanalen, van social naar direct. De volgende grote platformen worden de chatplatformen. Bedrijven kunnen daar deelnemen aan de conversatie, maar enkel met toestemming, met toegevoegde waarde en met menselijke authenticiteit. Robo-assisted humans zullen op schaal persoonlijke conversaties moeten aangaan om door de barrières van de techplatformen te geraken.

Ook particulieren zullen diezelfde slag maken - ze zullen zich omringen met ‘smart agents’ of kleine gespecialiseerde chatbots die voor hen de conver-satie aangaan met bedrijven. Die smart agents zullen de eerste defensielinie zijn tegen irrelevante zaadjes alweer geplant voor de volgende nieuwe curve. Deze zal in eerste instantie ook door een invention phase gaan: allemaal nieuwe zaken, allemaal gehypet, maar slechts enkele duurzaam. Veel speculatie, met bubbels en quick wins, onvermijdelijk gevolgd door teleurstelling (we denken hier meteen aan Bitcoin).

Predictive communicatie, robo-augmented humans en chatbots

Onmogelijk te voorspellen, maar zoals het een goed Trendrapport betaamt, doen we hieronder toch een poging.

Automatisatie en robotisering razen als een wervelwind verder. Alles wat geautomatiseerd kan worden, wordt dat ook. Maar vergis u niet: die robots zullen niet herkenbaar zijn. Veel minder ‘Boston Dynamics’ robots die naast de mens staan en de mens kopiëren; wél robots die geen apart staande vorm hebben maar nauw geïntegreerd zijn met de menselijke capaciteiten om die te vergroten. Denk aan een robot-inlegzool in je schoen die zelf denkt, zich aanpast aan je omgeving en je helpt om langer, sneller, en verder te stappen.

Op dezelfde manier mag je kijken naar robots in communicatie. Geen op zichzelf staande chatbots, maar robot-augmented humans. Technologie die mensen helpt om intenser, dieper, en authentieker menselijk contact te hebben.

Dat is ook wat AI en big data in communicatie kunnen betekenen. Geen zelfdenkend pseudomenselijk algoritme dat wilde creativiteit produceert, maar veeleer het equivalent van de high-volume trading software die nu al gebruikt wordt door gespecialiseerde beleggers. Software is vooral goed in incrementele verbeteringen toepassen op hoge snelheid en op schaal. Dat mag je ook verwachten in advertising: softwarebedrijven. Marketeers zullen hier verduiveld slim moeten op inspelen - ze zullen zowel inzicht moeten hebben in het gedrag van mensen, als in het gedrag van die smart agents. Net zoals een copywriter vandaag een tekst moet kunnen schrijven die zowel op de emoties van een mens kan inspelen als hoog kan scoren in Google.

Dat betekent dat een merk zich zal moeten transformeren. Het wordt nu vooral gedefinieerd door zijn statische artefacten: verpakking, logo, affiches, zelfs een televisiespot kan je beschouwen als een in de tijd bevroren neerslag van het merk. Dat merk zal onzichtbaar worden, weggestopt achter zoekmachines en voice-interfaces, en de essentie ervan zal in de interactie, tone-of-voice en kennis van zijn klanten zitten. Dat onzichtbare merk steunt op user interfaces en copywriting. Een groot deel van het marketing team van morgen zal bestaan uit UX-designers en scriptschrijvers.

In tussentijd zullen ook marketeers zich blindstaren op de hype en het potentieel van blockchain. Dat is tegelijkertijd de meest overschatte en meest veelbelovende technologie van de voorbije jaren. We zitten op dit moment in de fase waarin al onze hoop, angst en dromen geprojecteerd worden op die blockchain, maar daar moeten we van afstappen. Blockchain blijft uiteindelijk wel niet meer dan een nieuw soort database die speciek geschikt is voor het decentraal beheren van transacties. Dit betekent dat het niet de oplossing is voor alles, maar tegelijkertijd wel het potentieel heeft om een paar bedrijvigheden die steunen op het centraliseren van transacties volledig op hun kop te zetten.

Ondertussen is er een veel ingrijpendere revolutie aan de gang. De kans is groot dat we ons lichaam langzaam laten versmelten met computers. Er zijn drie stromingen die tegelijkertijd naar eenzelfde punt evolueren en op een bepaald moment heel zichtbaar zullen samenkomen. De medische wetenschap die alsmaar verder kan gaan en goedkoper wordt in alles wat met DNA-splicing en CRISPR te maken heeft, waardoor we de eigenschappen van ons lichaam kunnen veranderen. De nu nog minieme subcultuur van biohackers en grinders die actief bezig zijn met technologie inplanten in hun lichaam. En de tech/smartphone/chip-industrie wiens apparaten uit elkaar spatten in afzonderlijke componenten dicht op ons lichaam om een bodycomputer te vormen. Langzaam evolueert ingrijpen in ons lichaam op de ladder van het sociaal aanvaardbare, van curatief (genezen) naar preventief (voorkomen) tot zelfs augmenting (bestaande capaciteiten vergroten). De eerste grote stap hierin wordt het massaal doorbreken van AR-brillen en later -lenzen. De AR-bril wordt in zijn volgende incarnatie het eerste elektronicatoestel van consu- menten na de smartphone dat universeel verspreid zal worden.

Grote voorspellingen, uiteraard. Maar zoals gezegd in de inleiding: laat je niet leiden door technologie, maar door veranderend gedrag van mensen. De mens blijft in dit verhaal de maatstaf van alles. Het is perfect OK om niet te kunnen voorspellen waar technologie naartoe gaat - het zijn diegenen die in touch blijven met het gedrag van klanten en daar snel op kunnen inspelen, die de uiteindelijke winnaars van de onvermijdelijke volgende kanteling worden.

Meer lezen in het Wijs Trendrapport 2018? Download hier.

 

Virtual Reality wacht op zijn iPhone-moment

virtual reality

We vergeten zo snel.

En achteraf construeren we een fabelverleden, gebaseerd op onze kennis van het heden.

De iPhone bijvoorbeeld. Wat op dit moment gezien wordt als de meest ingrijpende verandering in de tech-wereld, namelijk de app stores met zijn bijhorende decentralisatie en commodisering van software met apps, projecteren we op het verleden.

Maar toen de iPhone voor het eerst geïntroduceerd werd, zat er geen app store in. Sterker nog: het was voor externe niet-Apple developers niet toegelaten om apps te maken voor die iPhone. "Developers die een applicatie op de iPhone willen, moeten maar web-applicaties maken die in de browser draaien" was de mening van Cupertino. De appstore was een nagedachte.

Wat de iPhone echt een succes maakte, was iets veel kleiner, ontastbaarder en tegelijkertijd ingrijpender. Het was de eerste smartphone die vanaf de grond ontworpen was voor internetgebruik (in eerste instantie via wifi), en niet met 'bellen' als centrale functie. Het meest opvallende was uiteraard het toetsenbord dat niet meer uit hardware maar uit software bestond. Maar ook andere zaken waren 'internet-first'. De multitouch bediening (wat we nu als swipen en tappen kennen) was gemaakt om de surfervaring op een mobiel toestel te optimaliseren. Nog subtieler: de internetverbinding was default 'always-on'. Wie zich de internet mobieltjes uit die tijd herinnert, denkt terug aan het gefriemel met aparte programmaatjes om eerst de internetverbinding te maken, en dan pas te gaan surfen. (Een vage echo van de desktop winsock.) De iPhone internetverbinding verhield zich tot die van andere feature phones uit die tijd zoals kabelverbinding tot dialup.

De wereld was in 2007 klaar om op het internet te gaan via mobiele toestellen. De core technologie daarvoor was er: smartphones, 3G en wifi. Waaraan het ontbrak was een gebruiksvriendelijke manier om door deze nieuwe mobiele internetwereld te gaan navigeren. Dat is wat we allemaal intuïtief en zelfs onbewust aanvoelden, en dat is wat het instant succes van de iPhone gemaakt heeft.

Vaak bestaat de doorbraak van disruptieve technologie uit twee componenten: de vernieuwende breakthrough technologie zelf, gecombineerd met de randvoorwaarden die toelaten dat die nieuwe tech zich nestelt in ons dagelijkse gedrag. Vernieuwende technologie die niet op dagelijkse schaal ons gedrag impacteert, is niet meer dan een 'uitvinding' en blijft in de curiosakabinetten van de wereld liggen. De drukpers was een formidabele uitvinding, maar de beschikbaarheid van veel en goedkoop papier maakte die tot een succes.

Datzelfde gevoel heb ik op dit moment met Virtual Reality.

De technologie is er en verbetert elke dag razendsnel. De wereld is klaar om hier volledig in op te gaan. Maar we missen een goeie manier om door deze nieuwe realiteit te navigeren.

VR Headseat

Virtual Reality en zijn headsets zijn een ongelooflijke ervaring. Ze dompelen je onder in een totaal nieuwe wereld, en overweldigen je zintuigen. Je voelt het potentieel vanaf het eerste moment.

Tot je wat dieper begint te graven en het wat vaker gebruikt.

De kracht van VR is dat het de virtuele wereld die we nu kennen van 2D verandert in 3D. In plaats van dingen te zien op tweedimensionale schermen, zien we ze nu in drie dimensies. Alleen gebruiken we die 3D-wereld in en op alle vlakken afgesloten omgeving; de VR-bril die voor de immersie zorgt sluit ook al onze belangrijkste zintuigen af.

En al gauw merk je dat dit nergens op slaat. Je zit in een driedimensionale wereld, waar je rond objecten kan lopen en afstanden door de ruimte kan afleggen - maar je zit vastgepind op 1 punt zonder intuïtieve manier om door die ruimte te bewegen. Je hebt een 2D-controller in een 3D-wereld. Nutteloos.
Ik weet het, ik weet het, er zijn allerlei workarounds. Cut-scenes die je van het ene point-of-view naar het andere brengen. Controllers gebaseerd op console-controllers waarmee je door de ruimte kan 'navigeren'. Maar elk van die dingen zijn eigenlijk old school oplossingen van een vorige generatie, onhandig aangepast aan het nieuwe medium. Net zoals het hardware toetsenbord van de Blackberry een vage echo was van het desktop toetsenbord.

We hebben de disruptieve technologie van Virtual Reality. We hebben een wereld en een markt die klaar is om daar in te duiken. Maar we missen de randvoorwaarde om het te laten innestelen in ons dagelijks gedrag. We missen de intuïtieve controller die native is, aangeboren aan dat nieuwe medium; één die meer is dan een 2D-controller met krukken.

Tot we die randvoorwaarde hebben, is Virtual Reality gedoemd om wel te werken, maar nét niet aangenaam genoeg om dagelijks te gebruiken - en daarom voorbestemd voor een aantal zeer specifieke niches.

Virtual Reality wacht op zijn iPhone-moment.

ICO's: accidents waiting to happen

ico

ICO's (Initial Coin Offerings) zijn een ongelooflijke opportuniteit maar tegelijk één van de grootste risico's van dit moment.

Maar om over ICO's te praten, moeten we het eerst over blockchain hebben. 
(Als je al mee bent over blockchain, kan je het volgende overslaan en onmiddellijk naar de opinie doorscrollen.)

Blockchain

'Blockchain' is een manier om software te schrijven, meer bepaald een database. Er is niet 1 blockchain - iedereen kan zijn versie schrijven (een beetje zoals iedereen zijn eigen spreadsheet of tekstverwerker zou kunnen schrijven).
Deze database methodiek (waarvan het begin al in 1991 beschreven werd) is specifiek gemaakt om digitale transacties te vergemakkelijken en verbeteren.
Het loste een belangrijk probleem op, namelijk het uniek doorgeven van digitale goederen. Als je via 'traditionele' middelen een digitaal bestand, bijvoorbeeld een tekstdocument, doorgeeft, dan creëer je eigenlijk een kopie - de ontvanger heeft dat bestand, maar jij hebt ook nog steeds dat bestand. Voor tekstdocumenten is dat meestal geen probleem, maar het wordt wel een probleem als dit over andere digitale goederen gaat: denk dan aan bijvoorbeeld een muziekbestand, of aan digitaal geld.
Blockchain technologie loste dat op door elke transactie geëncrypteerd uniek in de database op te slaan, en ervoor te zorgen dat die database niet zomaar kon gewijzigd worden. Er is dus altijd een spoor van het doorgeven van die digitale goederen.

In die software oplossing van blockchain zitten echter nog twee belangrijke eigenschappen die heel belangrijk blijken te zijn.

Eerst en vooral: het is een decentrale manier om gegevens bij te houden. Die database van unieke transacties wordt dus niet zoals bij een traditionele database op één centrale plaats bijgehouden. Elke gebruiker van die blockchain krijgt een kopie van die database. Dit is bedoeld om zeker te zijn dat er niet met die database kan gefoefeld worden - je zou al moeten inbreken bij alle gebruikers tegelijkertijd. Dit is een ijzersterke security feature. 
Het neveneffect daarvan is echter zeer ingrijpend: er is geen centrale database, dus ook geen centrale beheerder die controle kan uitoefenen. De controle zit ingebakken in de structuur en de software.
Daarom heeft dit potentieel heel veel impact. In onze maatschappij en ons economisch systeem zijn er heel wat centrale beheerders ingebakken die nodig waren om die centrale database bij te houden en te controleren. Denk maar aan het 'kadaster', de centrale database van alle vastgoed, en zijn leger van notarissen die deze database moeten onderhouden en valideren. Of aan banken die bijhouden wie welk geld op zijn rekening heeft.
Hier kan je je al onmiddellijk een aantal gevolgen gaan voorstellen, hoe we bestaande systemen anders en efficiënter kunnen organiseren.

De tweede eigenschap van die blockchain technologie is ook ingebakken: het is digitaal en software. Dat betekent dat er op die database ook geprogrammeerd kan worden, dat daar scripts op kunnen lopen. Zo kunnen de transacties die op die blockchain lopen geautomatiseerd worden, of voorgeprogrammeerde opvolg-transacties triggeren. 
Dit is voor mij de belangrijkste impact van blockchain. Het gaat verder dan bestaande systemen incrementeel verbeteren - dit laat toe om nieuwe systemen te gaan toevoegen. Alleen is het iets moeilijker om je daar iets bij voor te stellen, tot er effectief goeie voorbeelden van zijn (die zijn er nog niet). We zitten hier in het gebied van de 'smart contracts'.

Bitcoin

Terwijl het idee van blockchain ontstond in de jaren negentig van vorige eeuw, kwam de eerste concrete toepassing ervan pas in 2009. Blockchain is ontworpen om transacties bij te houden; de meest basis en universele transactie is de overdracht van geld. En dat werd Bitcoin.

Bitcoin is dus een vorm van geld (currency) van de grond af ontworpen met blockchain technologie. Decentraal, dus zonder een centrale bankier die dat geld uitgeeft en de waarde ervan bepaald. En digitaal, zodat op basis hiervan ook digitale en geautomatiseerde contracten kunnen gemaakt worden.

Tokens

Die digitale transacties in blockchain technologie worden uitgedrukt in 'tokens'. Een token is een soort van digitaal certificaat verbonden aan de transactie. Vergelijk het met de 'bonnetjes' die je koopt op het schoolfeest van je kinderen, waarmee je dan aan de verschillende kraampjes eendjes kan vissen of een ijsje kan kopen.
Bij Bitcoin is dat heel rechtoe-rechtaan: een Bitcoin token (die we verwarrend genoeg ook een Bitcoin noemen) is dat digitale geld.
Maar zo'n token kan gebruikt worden voor van alles; het hoeft niet altijd om geld te gaan. Die token garandeert de uniciteit en veiligheid van de onderliggende transactie.
Je zou bijvoorbeeld een beter e-mail systeem kunnen ontwerpen waarbij de afzender altijd uniek geïdentificeerd en 'gecertificeerd' is aan de hand van die tokens - en zo het probleem van spam en phishing mails uit de wereld helpen.

Protocol

Elk van de blockchains heeft naast de generieke structuur (decentraal etc.) ook een aantal specifieke regels waaraan die blockchain voldoet. Vaak zijn dit regels (ingebakken in de software) die bepalen hoeveel tokens er in omloop zijn en hoe veel nieuwe tokens er bij komen. Bijvoorbeeld bij Bitcoin is duidelijk afgesproken hoeveel nieuwe Bitcoin tokens er de komende tijd bijkomen en onder welke voorwaarden.

Apps

Bovenop die decentrale database (blockchain) en tokens, kan je dan een reeks van scripts gaan maken - programmaatjes die lopen en in gang schieten onder bepaalde voorwaarden.
Zo zou je op Bitcoin een script kunnen schrijven dat automatisch bepaalt wanneer bepaalde overschrijvingen gebeuren (bijvoorbeeld in een bedrijf: als de winst boven een bepaald bedrag is, dan wordt automatisch een dividend in Bitcoin doorgestuurd) of dat bepaalt waar die Bitcoins mogen uitgegeven worden (je krijgt van mij Bitcoins die enkel kunnen gebruikt worden om in mijn webshop te spenderen).
Dit zijn specifieke scripts die bovenop de blockchain lopen. De tweede grote blockchain, Ethereum, is zelfs specifiek ontworpen om dit te gaan doen.

Structuur van blockchain

Dus de structuur ziet er zo uit:

structuur blockchain

De blockchain is de onderliggende 'database', het protocol programmeert de spelregels waaraan die database moet voldoen, de tokens zijn de weergave van de transacties op die database. Daarbovenop kunnen allerlei scripts lopen voor bepaalde use cases.

Waarde van een coin

Bovenstaande tokens worden ook 'coins' genoemd. De waarde van zo'n coin is de waarde van een transactie op zijn respectievelijke blockchain. Bij Bitcoin is dat vrij evident: de waarde van een coin is de geldwaarde van die Bitcoins.

Als je echter een blockchain ontwerpt met andere transacties dan geldtransacties, dan wordt het iets abstracter. Je hebt zo'n token of coin nodig om een transactie uit te voeren.

Neem het voorbeeld van hierboven waarbij we een nieuw e-mail systeem op blockchain zouden ontwerpen. De voordelen hiervan zijn heel duidelijk: elke 'transactie' (= het versturen van een e-mail) is uniek en identificeerbaar; waardoor je heel wat zwaktes van ons huidige e-mail systeem, zoals spam en phishing, er uit zou kunnen halen.
Om op dit systeem een mail te versturen heb je dan een token nodig - elke mail vraagt een token. De waarde van zo'n token is dus de waarde om een mail op dat systeem te versturen. Als er slechts 2 gebruikers op dat systeem zitten (en dus maar 1 iemand om mail naar te sturen), dan is dat niet zoveel waard. Hoe meer gebruikers op dat systeem zitten, hoe meer elke transactie en dus elke token waard wordt. (Dit is een netwerkeffect.)

Je merkt dat de waarde van een coin door vraag en aanbod gestuurd wordt: hoe meer transacties, hoe meer vraag, hoe hoger de waarde.
Het aantal transacties op een bepaalde blockchain wordt dan ook vaak gebruikt als indicatie van de gezondheid en het potentieel van zo'n blockchain.

Maar zoals bij alles des mensen laten we ons niet alleen door ratio, maar ook door hoop en angst leiden. In de 'beurswaarde' van de meeste blockchain coins zoals Bitcoin, zie je niet alleen een weerspiegeling van het huidige aantal transacties, maar ook de hoop op het potentieel van toekomstige (exponentieel groeiende) transacties. Dat is het moment dat speculatie begint.

En dat brengt ons uiteindelijk bij ICO's.

Initial Coin Offerings

Wat is de waarde van een nieuw geïntroduceerde coin? Niet het aantal transacties, maar de speculatie op hoe succesvol de toekomstige transacties zullen zijn. En uiteraard wordt daar handig gebruik van gemaakt.

Een Initial Coin Offering (ICO) is de eerste aanbieding van nieuwe coins aan de markt. Het bedrijf dat iets nieuws op een blockchain ontwikkeld heeft, biedt een eerste batch van die coins te koop aan - met een eigen waardering en een fikse korting voor die eerste batch.

Dit begint voor bedrijven en start-ups een nieuwe manier van kapitaal ophalen te worden.

En op zich is daar niets mis mee. Integendeel. Een ICO aligneert de belangen van de eerste gebruikers/klanten van een netwerkdienst met de belangen van de aandeelhouders van dat bedrijf. Neem opnieuw het voorbeeld van de nieuw te ontwerpen e-mail dienst van hierboven.

Er is niets dat moeilijker is om een nieuwe netwerkdienst te lanceren, zowel voor het bedrijf als voor de eerste gebruikers. Waarom gebruik je e-mail? Omdat iedereen die je kent ook e-mail gebruikt. Zie ook: waarom zit je op Facebook? Omdat iedereen die je kent op Facebook zit. Waarom heeft een nieuw sociaal netwerk dat opstart met betere functionaliteiten het moeilijk? Omdat niemand op dat nieuwe sociaal netwerk zit...
De netwerkeffecten van zo'n dienst beginnen pas te werken vanaf een bepaalde kritische massa aan gebruikers. Boven die kritische massa gebruikers geraken is de belangrijkste horde die een bedrijf moet nemen.
Tegelijkertijd is dat ook het grootste risico dat vroege gebruikers van zo'n nieuwe dienst lopen. Ze investeren tijd en energie om over te schakelen, zonder onmiddellijke grote voordelen (want er zitten nog niet zoveel andere mensen op).

Een ICO aligneert de belangen van het bedrijf en de eerste gebruikers. Het bedrijf verkoopt die eerste coins voor een lage prijs aan de eerste gebruikers. De gebruikers investeren hun tijd. Als de dienst succesvol is en er veel gebruikers en dus veel transacties komen, worden de coins meer en meer waard - waardoor de eerste gebruikers ook financieel mee kunnen profiteren van het succes van de dienst die ze mee helpen lanceren hebben.
Het bedrijf krijgt een startkapitaal uit die initiële verkoop, zonder daarvoor de controle van het bedrijf (deels) te moeten afgeven; wat normaal gebeurt bij het ophalen van kapitaal via aandelen.

Waardevolle financieringsvorm

In die zin is een ICO een schitterende nieuwe toevoeging aan het arsenaal van financiering voor start-ups en bedrijven. Als je de twee uiterste vormen van financiering bekijkt: kapitaal ophalen via aandelen maar daarbij deel van controle opgeven versus producten verkopen aan gebruikers - dan is een ICO een tussenvorm.

Maar die financiering is niet voor elke nieuwe lancering geschikt.

En op dit moment heb ik het gevoel dat de ICO's voor om het even wat gebruikt worden, omdat iedereen (zowel aanbieders als afnemers) op de hype golf meesurfen.

Voor mij zijn de belangrijkste criteria: gaat het over een netwerkeffect waarbij een kritische massa van gebruikers moet gehaald worden, en aligneert het de belangen van bedrijf en early adopters.

Te veel mensen springen ook kritiekloos op elke ICO, verblind door de succesverhalen uit het verleden. Dit is echter een vorm van risicokapitaalverschaffing - met de nadruk op 'risio'.

Risico's

De risico's bij een ICO zijn nog te weinig gekend en gedocumenteerd; er zijn nog te weinig grote schadegevallen om in het publieke geheugen te zitten...

Inhoudelijke risico's
Dit zijn uiteraard de logische risico's, die bij elke kapitaalverschaffing opduiken. Zal het product succesvol zijn? Zal het bedrijf zich kunnen organiseren om het product kwaliteitsvol en rendabel te leveren?

Technische risico's
Naast de veiligheid en robuustheid van het product zelf, moet ook de onderliggende blockchain bekeken worden. Is die onderliggende database robuust, veilig, geëncrypteerd...? Wordt er op een bestaande blockchain gewerkt die zich al bewezen heeft, of probeert het bedrijf zelf een eigen versie van blockchain uit te rollen? (Don't roll your own crypto.)
Dit is trouwens de reden waarom ik zeer wantrouwig zou zijn als een overheid met zijn eigen blockchain begint...

Valuta risico's
Zoals hierboven aangeduid is de waarde van een coin gebaseerd op vraag en aanbod. De vraag is gebaseerd op een mix van gebruik/aantal transacties en hoop/hebzucht van kopers en verkopers.
Voor het aanbod is er echter nog een mogelijke derde partij betrokken: het bedrijf dat de coins uitgeeft. In een blockchain protocol als dat van Bitcoin staat aangegeven hoe, wanneer en hoeveel nieuwe Bitcoins uitgegeven worden. Is dat voor elke ICO duidelijk? Of kan het bedrijf op een bepaald later tijdstip (lees: als het geld ruikt...) arbitrair en op eigen oordeel nieuwe coins uitbrengen? 
Dit zijn vraagstukken waar centrale bankiers zich dagelijks het hoofd over buigen: wat is de juiste hoeveelheid geld om in omloop te brengen zodat de totale omloopsnelheid stijgt zonder hyperinflatie te creëren die de munt doet zakken. En plots moet het bedrijf een nieuwe skillset (valuta controle) onder de knie krijgen.
Misschien moet er dan naar gaming bedrijven gekeken worden om van te leren - elke MMORGP van de voorbije 10 jaar heeft een eigen vorm van currency control moeten invoeren.

Er zijn voldoende risico's in een ICO aan te duiden om het heel zeker onder risicokapitaal te plaatsen. Maar het grootste risico zit momenteel in de menselijke aard.

Piramidespel

De waarde van een coin wordt bepaald door het aantal transacties (huidig of in de toekomst) met die coin. Maar ik zie tekenen van een gevaarlijke tendens. Mensen mailen elkaar 'tips' door over de volgende sure thing ICO. Er wordt niet meer naar het onderliggende product of bedrijf gekeken dat voor de transacties moet zorgen, maar wel naar hoeveel mensen die coins zullen kopen.
Dan begint de Greater Fool Theory te spelen - de prijs wordt niet bepaald door de intrinsieke waarde, maar door de hoop dat er een 'grotere idioot' is die de coins zal overnemen aan een hogere prijs.

ICO's zijn het nieuwe Herbalife.

Regulering

Ik ben absoluut geen voorstander van overregulering. Maar hier moet volgens mij wel een minimum aan spelregels komen.

Wie aandelen op de markt brengt, moet aan een aantal regels voldoen. Wie een bedrijf opricht, moet een aantal verantwoordelijkheden opnemen.
Die regels hebben we als maatschappij ingevoerd, om iedereen in onze gemeenschap te beschermen tegen te grote misbruiken. Zonder die regels zou het te makkelijk zijn om geld uit onze maatschappij te trekken (door aandelenkapitaal op te halen of door onbestaande producten te verkopen) en dan het bedrijf failliet te laten gaan. Falen is absoluut geen schande en geen barrière om opnieuw te beginnen; maar een minimum bescherming van het publiek is noodzakelijk.

Op dit moment is er nul regulering voor ICO's, en geen enkele bescherming.

Dit moet veranderen.

Conclusie

Blockchain is één van de grote 'uitvindingen' van de laatste jaren die het potentieel heeft om ons naar een nieuw niveau van productiviteit, connectiviteit en efficiëntie te brengen. Het staat voor mij op dezelfde hoogte als 'het internet'.

ICO's zijn een schitterende manier om de belangen van ontwikkelaars van decentrale netwerkproducten op blockchain en hun early adopters te aligneren. Maar we moeten het zien voor wat het is: een vorm van risicokapitaalverschaffing; en we moeten het op dezelfde manier durven behandelen.

Clothing stores of the future How 3D-printing could radically change fashion retail.

(Gepubliceerd op Medium op 17/5/2016. Hier geherpubliceerd ter back-up.)

Let’s face it, there’s something inherently crazy about the way we have organised our clothing industry.

First, there’s someone trying to guess what kind of clothes people will like a year in the future. Then it takes about six months to get from original design to a mass produced stock of the same pieces of fabric. To get all these preproduced fashion items into the hands of end consumers, there’s a complex distribution system with traders, warehouses, retail stores and a host of transport services.

This means a whole sector is depending on a guess what will be fashionable in one years time to decide what and how many items to produce, stock and transport.

(I know, I know — companies are working very hard to make this guessing loop better and shorter. By shortening the production and transportation times. By using focus groups and listening to the taste of consumers. But these attempts stay incremental changes to the same model: make generic things first, sell them later.)

To combat this problem, we’ve installed a whole industry to make sure the clothes we’re manufacturing actually get sold: fashion, advertising, the application of ‘image’…

This is putting the cart before the horse.

What if we redesign this industry so that items only get produced after someone bought it?

Technology is already here

The store of the future has the following technology: a 3D body scanner, software to design and render clothing patterns real time, a smart mirror to browse, inspire and display different designs, and 3D-printers to immediately produce the chosen pieces of clothing.

Remember:

The future is already here — it’s just not very evenly distributed.

There are a lot of companies working on 3D body scanning hardware and software (example). You could even do this at home with a Kinect or even by using your smartphone

3D body scanning

This is how Joyfit wants you to measure yourself with a smartphone in order to provide you with a made-to-measure 3D-printed bra.

Smart mirrors are also already here.

By using the right kind of software, you could project any design and pattern on your own reflection, and use this smart mirror to browse and choose.

The final piece of technology: a powerful set of 3D-printers. For the moment when we think of 3D-printers, we have a vision of cheap plastics as material, or hard metals (like in dental prosthetics).

But there’s a whole new generation of 3D-printers getting ready to print soft materials.

Disney’s research lab is experimenting with fabric as a 3D-printing source. The result looks a bit like a cross between a 3D-printer and a sewing machine.

3D-print soft fabric

Take a look at this current Kickstarter project: Electroloom. In their own words: “Design and create seamless, ready-to-wear garments based on custom 3D geometries. All from your desktop. No sewing required.”

Piece of cloth made by Electroloom

Electroloom has the ability to 3D print fabric using a process similar to the electroplating of metals. It comes with molds for a tank top, a skirt and a beanie.

Experience

Technology is evolving at an ever increasing speed — but the fundamental emotions that drive human beings don’t change. We still need to feel safe, long for love and a feeling of belonging, look for appreciation of others and status, strive for self-actualization.

First we change technology, then technology changes us.

With changed technology comes changed human behaviour, but that changed behaviour is still based on the same human needs and emotions.

We still buy clothes to express ourselves, to express our status, to hide our insecurities, to feel pretty and empowered, to project an image… All these things still need a human eye — not just technology. Unlike with other commodities (that will come to us), we will still want to go to fashion stores to seek a human touch.

We will still need and want a human to reassure us our but does not look too big in that particular piece of clothing…

Imagine yourself entering the clothing shop. You are welcomed, not by a sales person, but by a fashion and styling consultant.

While your bodily measurements are being scanned, she listens to your personal preferences and needs, makes an assertion of your character and lifestyle.

Maybe she will browse your Pinterest boards you assembled with your favorite celebrities, showing your taste in clothing.

The styling consultant proposes a first set of clothing, and projects it on the smart mirror in front of you: “What do you think?”

“Do you prefer a dotted pattern in stead of a striped pattern? Black in stead of red? That’s possible.” With a few swipes on her tablet she changes the model in the smart mirror, until you are satisfied.

3D-printed wedding dress

Some button presses later your new outfit, made to measure, is rolling out of the 3D-printer.

Recycling

Maybe this 3D-printing technology will even change the way we look at the durability of clothing.

The raw material of clothing could be recycled and reused to print ever new clothes.

This concept design imagines a 3D-printer where clothing can be loaded back into the unit where it is broken down into thread, cleaned, and returned for future use.

Changed dynamics

All this changes the dynamics of fashion completely.

First of all, it removes the guesswork of ‘will people like this’ and ‘how many of these items should we produce’. By doing this, it eliminates a lot of the costs that are now closely associated with fashion: unsold stock, sales and marketing to ‘push’ items.

But it also removes a slew of other costs: transport and distribution, warehouse and retail space, raw materials (zero waste with 3D-printing, and even negative when recycled).

The price of the physical clothing item could well move to a zero marginal cost.

The value will be added by the human amidst all this technology: the styling consultant. Maybe we will just pay for the advice and insights, and get the sets of clothing as a free byproduct.

Human centered

Of course, this is a radical change for fashion retail. Added value will not be generated by stock, distribution, proximity or availability (like it is now).

Amidst all this technology, we need to put the human experience in the centre of attention. Technology is crucial, but we should embed humans in it.

Embed humans in the technology.

Fashion retail chains need to invest in technology, but they need to invest even more in the one factor that will keep adding value: the human touch.

Robots and computers will never replace those.

Imagine a driverless future

(Gepubliceerd op Medium op 26/4/2015. Geherpubliceerd hier ter back-up.)

By now it seems inevitable we will enter a future of selfdriving cars. Traditional car makers like Audi and BMW are hard at work catching up with tech players like Google and Tesla; and who knows what Uber has in store.

It is a fun intellectual exercise to imagine a future where all cars are selfdriving.

Shifting attention

Not having to steer the car yourself would free up a lot of time to do some screen work. Our cars could change into a small personal train wagon:

But why stop at screens? I know a lot of people for whom the daily commute is a constant struggle with time — they keep shaving precious sleep minutes from it.

If the car bringing us to work allows us to drive hands- and attention free, why would we not take the time to wake up during this commute?

I can see a driverless car that serves you breakfast. Maybe even imagine a car with a built-in sink for your morning dental hygiene and with extensive mirrors and make-up tools.

This is a radical shift of attention in a car. If I was running an outdoor advertising company, I would be paying close attention to this, and maybe now be hedging my bets by investing in an in-car advertising platform.

Maybe even radio as an advertising medium will be affected — if we can look at screens in our cars, we are no longer limited to listen to radio while driving.

Who pays the bill?

When all cars are self driving, it will make more sense to stop owning a car yourself and just use Uber-like systems for each ride and pay-as-you-go. The first signs of a new generation that is not interested in buying its own car are already here.

But maybe we will not even pay for rides.

SMAK, an art museum in Ghent, in cooperation with a car brand, is experimenting with small cars that drive through town and are installed as small movable museums. Why would driverless cars not be owned by a museum, and if you buy an entrance ticket to the museum you get a complimentary ride to the museum — the ride is actually part of the experience.

Right now new entrepreneurs are using a Uber taxi driving job as a way to sell other things. As you can read in this Forbes article:

I’m not in Gavin’s car. I’m in his mobile showroom. He’s an Uberpreneur.

There are lots of ways to think of a ride in a selfdriving car as an extension of existing other businesses.

Dating sites are big business. But the end goal of online dating is always to physically meet up. What if there was a special ‘dating’ fleet of selfdriving cars — where you always ride with a new co-rider that is specifically matched to your profile?

Retailers in big cities routinely offer vouchers for parking your car in a paying parking lot in the vicinity of their store. What if they offered free rides from your home to their retail store — just to make sure you shop there?

Maybe companies like Walmart, Target and Tesco should start investing in a fleet of driverless cars that pick up customers and bring them to their outlets.

The horseless cart syndrome

The big danger of thinking about the future: we tend to fall prey to the horseless cart syndrome — imagening the future will be an extrapolation of the present.

Driverless cars will not mean everything will stay the same, except that we won’t be driving our cars ourselves. Radical new technology has a tendency to change human behaviour.

First we change technology, but then technology changes us.

Driverless cars will be supported by powerfull algorithms. Not just to determine how and where to drive — but also to decide where to drive to. It is easy to imagine how we use a selfdriving car as a robot taxi: we call one, say the address we want to be, it brings us there.

But think about what happened when we switched from landline phones to mobile phones. We stopped thinking in ‘call a certain place’ and shifted to ‘call a certain person, whatever the place’. We even stopped remembering the phone number — it changed into a persons name in our mobile address book.

Why would we give an address as a command to a self driving car? Why wouldn’t we ask it to bring us to a more general intention? “Bring me to a medium-priced restaurant.” “I need to find a new suit for the wedding party of my best friend next week.” “Where is a good place to meet new clients for my business?”

Selfdriving cars could be the search engine for the physical world.

If you look at it that way, it is totally understandable why Google is investing so heavily in their selfdriving cars.

Places are coming to us

There are two big reasons why we hop into a car right now: 1. to get our bodies to a different place we have to be; and 2. to pick up something we need.

This second reason will shift dramatically. Why would we ourselves go someplace, just to pick something up and bring it back to our homes, the place we already are? Why would we go to a retail store or shopping mall, just to carry groceries back to our home?

Instead of us going to places, places will come to us.

The first datapoints for this future already exist. Of course Uber is a prime example — instead of going to a taxi stand, you call the taxi to the place you are. Instant gratification guaranteed.

Look at what Postmates or Take Eat Easy are doing — they are bringing the restaurant to you. And why would you go to a post office if Shyp can come to you?

Driverless cars will not be limited by the form factor cars have right now — optimised for people transport. They can and will change into the place they are bringing to you.

When I’m cooking, and I need tomatoes, the farm — in the form of a solar powered, selfdriving farm-truck — will come to me and bring me freshly harvested tomatoes. On demand, or even with anticipatory shipping

In a sense this is going back to some older days — when there was a milkman driving around bringing you milk, or an ice cream trolley driving through your neighbourhood in the summer.

Only now they will be ubiquitous and driven by robots and algorithms.

Rethink retail

Retail stores will have to fundamentally alter their way of thinking. It will not do to just be a distribution point for physical goods. Even the biggest advantage of a shop — the feeling of instant gratification — will disappear.

Added value will have to come from something else.

Software is eating shoes

shoes

(Gepubliceerd op Medium op 19/4/2015. Hier geherpubliceerd ter backup.)

Software is eating the world. Every single thing around us is moving from analog to digital — even the solid goods and products in our life.

I am convinced that shoes will become software.

All elements to make that statement come true are already in place, or frantically being developed. Like William Gibson said: the future is already here, it’s just unevenly distributed.

I’ll try and describe the different pieces of the shoe-software puzzle.

1. Scan your feet for perfect fit

You will not have to leave the house to make sure you get the perfect fitted pair of shoes. We will be able to scan our feet ourselves.

Shoefitr is doing this in the opposite direction for the moment — it scans all available shoes en uses that information to recommend the right pair of shoes to customers. Amazon (owner of shoe-seller Zappos) recently bought Shoefitr.

Volumental is experimenting with 3D-scanning of your feet with your mobile device. Based on that personalised scan they’re selling shoes made-to-measure.

Volumental

2. Design your own personalised shoes

Something that is already common practise with NIKEiD and Converse.

You’re lacking the time/inclination/inspiration to make your own design? You can download one of the design that are being open source by people like you (like what is happening on Thingiverse).

Or you can buy and download a design patter from a famous designer or brand. Maybe you could even scan the pattern you saw that celibrity wearing on tv and use it?

3. 3D-print your personalised shoes

Already some parts of shoes are being made with additive manufacturing. It will not take long until entire shoes can be 3D-printed.

The materials used in 3D-printing are not just hard plastics and metals anymore. Experiments with other materials are being conducted — in order to make teddybears and clothing.

By using a different production process for shoes, designers are no longer bound by the classic shapes. Artists and fashion designers are already experimenting with different shaped shoes:

Architect Zaha Hadid for United Nude

Because the shoes are 3D-printed piece by piece based on your personal scans, they are uniquely fitted for you.

Goodbye to shoes as a mass product.

4. Deliver the shoes on demand

Every e-commerce player, Amazon, and even Google are delivering as fast as they can. This is evolving into same-day delivery.

Uber is planning on using its army of drivers to deliver packages almost instantly (in 10 minutes or less). Amazon is experimenting with drone-delivery; it evens wants to start delivering before you even order.

Maybe shoes will even be 3D-printed on their way to the customer, right in the delivery truck.

One can imagine an app to buy shoes that are almost instantly made to measure and delivered.

Combine this with a future fleet of selfdriving cars — if we want to buy things they will immediately come to us.

One of the main advantages of a retail store over webshops, namely instant gratification, is disappearing swiftly.

The combination of all this is pure software.

Scan, print, order, deliver: completely autonomous and driven by software. You will need to provide a seriously astonishing retail experience to get me back into a shoe store.

Unthinkable?

If you had asked people roughly 10 years ago what kind of products they would be comfortable buying in webshops, they would have answered: books, cd’s yes, but definitely no shoes because I want to be able to choose and fit them.

Meanwhile, Zalando is showing a year-on-year turnover growth

Mijn 10 trends voor 2017

  • Geschreven door Bart De Waele op donderdag 29 december 2016 in de categorie trends met de tags , .

trendwatching

Een traditie die ik weer wil oppikken - 10 gedurfde en minder gedurfde voorspellingen voor het volgende jaar. (Zie de voorspellingen die ik in 2007 maakte.) Zonder al te veel uitleg of argumentatie - wie deze wil horen moet me in 2017 op een kop koffie trakteren...

1. Chat wordt het nieuwe grote platform
Evident, en al een tijdje aan de gang (zie mijn trendpresentatie van vorig jaar). Onze aandacht verplaatst zich naar chatplatformen, we verwachten meer en meer conversational interfaces als vorm, en bots moeten ons toelaten om dit allemaal te gaan beheren. De grote opportuniteit zit in consumentenbots, die voor ons zullen onderhandelen met bots van bedrijven (smart agents).

2. E-sports gaan mainstream
Naarmate de gaming generation zich over de maatschappij verspreidt, wordt het normaler om op zaterdagavond naar een toptoernooi van pakweg League of Legends te kijken in plaats van naar een voetbalmatch.

3. Computer vision
De belangrijkste technologische evolutie van de komende jaren? Computers die leren zien - de combinatie van de camera-ubiquiteit en algoritmes die beelden kunnen herkennen en interpreteren. Dit ontsluit een golf van nu nog ondenkbare innovaties.

4. Smart contracts
Blockchain is niet alleen een meer efficiënte vervanging van bestaande trust- en identitysystemen. Het zal toelaten om contracten te digitaliseren en automatiseren - en daardoor zichzelf executerende contracten te creëren. We kunnen ons nu nog niet goed voorstellen wat dit allemaal kan betekenen.

5. Human plugins
Het wordt acceptabel om ons eigen lichaam uit te breiden met plugins die niet enkel correctief zijn (bril, hoorapparaat) maar dienen om onze 'normale' functies te vergroten. Ons augmented self wordt gemaakt door headphones, brillen, en misschien zelfs implantaten. Worden de toekomstige gehandicapten zij die geen protheses kunnen dragen?

6. End of the industrial advertising complex
Het langzame, langzame verval van de bestaande trifecta giganten: grote consumentengoederen conglomeraten, massa distributiesystemen in de vorm van supermarkten, en advertentiemodellen gebaseerd op televisie.

7. Physical meets digital
Elk fysiek product en elke fysieke dienst zullen een geïntegreerde digitale component krijgen. De winnaars zullen diegenen zijn die hardware en software op de best mogelijke manier combineren.

8. Pure player wall
De pure online spelers zijn de voorbije jaren gegroeid op online kracht - maar zullen nu meer en meer tegen een muur lopen. De volgende stappen voor groei liggen in combinatie van online en offline, in combinatie van data en creativiteit. We gaan meer onverwachte cross-overs zien.

9. Pop-up houses
We beginnen de eerste tekenen te zien van een andere manier om naar huizen te kijken. Niet meer als bezit, maar als gebruik. Niet meer als een opslagplaats voor dingen die we enkel bijhouden just-in-case (we huren dingen just-in-time). Niet meer als iets dat fysiek vast staat op 1 plaats - wat als we huizen zouden behandelen als self-driving cars? Als self-driving movable locker spaces?

10. Distributed everything
Elk systeem dat op dit moment gecentraliseerd en hierarchisch is, zal de komende jaren razendsnel ingehaald worden door alternatieven die gedistribueerd en P2P zijn. De technologie om zo'n systemen valabel te maken staat op punt en raakt wijd verspreid. Bedenk een sector die gecentraliseerd is, om het even de welke, en ontdek de opportuniteiten. Onderwijs, distributie, retail, financiële sector, recrutering, media, organisatiestructuur... kies maar.

En als toetje, nog 4 long shots - onverwachte events die zich zouden kunnen voordoen:
1. Een grote verzekeraar komt in de perfecte storm terecht van digitale transformatie, turbulente financiële markten en een grote klimaatgerelateerde natuurramp - en gaat spectaculair en publiekelijk failliet. Dit wakkert het debat van overheidssteun en 'to big to fail' opnieuw aan.
2. Eén van de GAFA's (Google, Amazon, Facebook, Apple) koopt een groot televisiestation of tv-zender. Zie bovenstaande trend 8.
3. Facebook stoot in alle stilte Oculus af, net zoals Google de facto met Nest gedaan heeft. Virtual Reality blijkt, net als nederhop, iets te zijn dat om de 10 jaar opnieuw opduikt maar elke keer weer een slecht idee is.
4. Er is een groot politiek schandaal als een live video opduikt van een topman in een compromiterende situatie. Deze live video blijkt achteraf fake te zijn.

Strong opinions, weakly held. Enjoy.


Rise of the bots

bots

"Bots zijn de nieuwe apps." De race om in te spelen op de nieuwste hype in digitaal is volop aan de gang - wie zal de eerste zijn, en wie uiteindelijk de winnaar?

Ik ben er van overtuigd dat bots, chat en conversational interfaces een belangrijke evolutie zijn en dat bedrijven hier absoluut op moeten inspelen. Maar laten we even inzoomen op de juiste context zodat we slimme beslissingen kunnen nemen.

Drie tijdperken

Volgens mij staan we aan de vooravond van het derde tijdperk van het internet.

3 tijdperken van internet

Het eerste tijdperk van het internet was dat van de websites. Het is gestart toen we 1 internet computer (CPU) per huisgezin hadden. De belangrijkste communicatie was die van mensen met computers (mensen die webpagina's raadplegen). We hebben geëxperimenteerd met verschillende manier om met deze stroom van informatie (heel veel webpagina's) om te gaan - directories (Altavista), portalen (Yahoo)... Uiteindelijk bleek dat de beste manier om hierin te navigeren 'search' was. Google dook daaruit op als dominante speler.

En toen vertienvoudigden we het aantal CPU's - in plaats van 1 internetcomputer per gezin kwam er 1 per persoon: iedereen een smartphone. Dit startte het tweede tijdperk, dat van mobile en social. Iedereen kreeg de mogelijkheid om digitaal constant met elkaar te communiceren: mensen praatten met mensen. Deze communicatiestroom gaat via de status update; de beste manier om hierdoor te navigeren blijkt via de 'stream' te zijn. De winnaar is Facebook.

We zijn momenteel in volle beweging om het aantal CPU's nog eens te vertienvoudigen - in plaats van 1 internetcomputer per persoon komen er zo'n tiental per persoon. In wearables, connected home apparaten of alles wat met internet of things te maken heeft. We staan aan de vooravond van het derde tijdperk. Het bulk van de communicatie zal tussen computers onderling gebeuren; en we moeten op zoek naar een goeie manier om door die stroom van informatie te navigeren.

Chat platformen

Alles wijst er op dat chat platformen dé manier worden om met dit derde tijdperk om te gaan. Er is echter nog geen duidelijke dominante speler - dat gevecht is in volle gang.

chatplatformen

Facebook is goed gepositioneerd in de Westerse wereld, met zowel zijn Messenger als Whatsapp. Maar inhoudelijk zit het Chinese WeChat mijlenver vooruit. Het is nog iets te vroeg om hier al een winnaar te verklaren.

On top

Pas op - de drie tijdperken zijn niet ter vervanging van elkaar. Ze blijven allemaal tegelijkertijd bestaan en gaan naast elkaar verder.

3 eras on top

De hoeveelheid ervan vertienvoudigt wel iedere keer...

Maar zoals gezegd: we staan nog op de vooravond. Het is te vroeg om al te beginnen gokken, maar we kunnen wel al beginnen experimenteren en de nodige skillset ontwikkelen om ons hierop voor te bereiden.

Blijf helder zien

Onder de koepelterm 'bots' worden verschillende zaken tegelijkertijd geschoven; het is belangrijk om deze uit elkaar te rafelen zodat we goed weten op welke dingen we moeten inspelen.

Ik zie 3 belangrijke begrippen:
- chatplatformen (zoals Messenger, Whatsapp, WeChat) als nieuw kanaal om mensen te bereiken;
- de conversational interface als nieuwe vorm van communicatie;
- computerprogramma's om op die chat kanalen communicatie te automatiseren.

Kanaal, vorm en middel. Drie verschillende dingen, maar nauw met elkaar verweven.

Chat als kanaal

Er is geen twijfel: we spenderen allemaal meer en meer tijd op chatplatformen. Als bedrijf dat wil communiceren met klanten is het cruciaal om daar te zijn waar je klanten zitten; het wordt dus belangrijk om dit kanaal te verkennen en de skillset te ontwikkelen om daar ook aanwezig te zijn.

De aard van dit kanaal maakt het echter moeilijk en kostenintensief: het is een 1-op-1 communicatiemiddel, en als dit door mensen in een bedrijf moet gebeuren wordt de kost ervan ondraaglijk om dit op schaal te doen. Vandaar de zoektocht om de aanwezigheid op dit kanaal te automatiseren met bots.

Maar los van de manier waarop (met menselijke operators of met geautomatiseerde bots) is het belangrijk om hier nu al aanwezig te zijn. Dit is géén hype van voorbijgaande aard; chatplatformen en de tijd die we daarop spenderen zjin reëel en zullen blijven.

Conversational interfaces

Net zoals de dominantie van Google nieuwe skillsets en vormen vroeg voor je website (SEO-kennis, keyword analyse, goeie informatie-architectuur...), en de dominantie van Facebook nieuwe skillsets en vormen vroeg voor sociale communicatie (visueler, clickbait-headlines, focus op engagement...) - zo vraagt het chatplatform ook een nieuwe vorm van communicatie.

Geen eenrichtingsverkeer en louter 'uitzenden', maar een heen-en-weer van vraag en antwoord. Geen ingewikkelde, brede structuren, maar eenvoudige ja-of-nee keuzes. Geen massacommunicatie die voor iedereen begrijpbaar moet zijn, maar 1-op-1 berichten die gepersonaliseerd zijn.

digit

Paradoxaal genoeg is dit de vormtaal van een iets oudere technologie: sms'jes...

De beste manier om deze gepersonaliseerde, 1-op-1 vormtaal van conversational interfaces nu al te oefenen is blijkbaar om terug te keren naar de golden oldies in onze communicatie technologie: sms en e-mail.

Artificiële intelligentie

Als het woord 'bot' valt dan wordt er meestal gedacht aan een computerprogramma dat elke boodschap begrijpt die een mens uitspreekt, en in staat is om daar een coherent antwoord op te geven. Dit gaat over een 'general purpose' artificiële intelligentie die ook feilloos aan taalverwerking kan doen.

Dit is momenteel nog een illusie.

Alle IBM Watson hoera-berichten ten spijt, is de toepassing van zo'n soort bot nog lang niet in het bereik van de meeste bedrijven. Zowel de natural language processing als die zelflerende artificiële intelligentie zijn nog een aantal jaren ver in de toekomst.

Dit pak je op verschillende manieren aan.
- Specificiteit is hier beter dan een allesomvattende intelligentie. Vernauw het speelveld naar een specifiek onderwerp en een specifieke 'dienst'. Mooi afgelijnde diepte is hier beter dan vage breedte. Maak van je bot een zeer specifieke tool.
- Vermijd taalmoeilijkheden door naar voorgedefinieerde vragen en antwoorden te gaan. Vervang de vrije input door keuzemogelijkheden.

chatbot

Zo zie je dat de huidige versies van bots vaak niet meer zijn dan een uitgesponnen keuzemenu in een chatomgeving - het internet equivalent van een telefoonscript. Dat is ook meer dan ok; het is dé manier om te experimenteren met conversational interfaces en aanwezig te zijn op de chatplatformen.

Hype of niet

Bij het beoordelen van bots moet je dus onderscheid maken tussen kanaal, vorm en tool.
Chatplatformen als kanaal moeten nu al zeer ernstig genomen worden. Het is ook hoog tijd om ervaring te gaan op doen met conversational interfaces. Maar vermijd voorlopig nog de verleiding om zelf aan de slag te gaan met een general purpose chatbot.

In de presentatie hieronder geef ik nog 7 tips voor conversational interfaces: